Gebruikersinstructie

U start de instrumentplanner door uw doelgroep en het gewenste gedrag van die doelgroep te benoemen. Vervolgens leidt het programma u langs een aantal vragen waarmee het belang van de determinanten wordt bepaald. Als eindresultaat krijgt u een score per mogelijk in te zetten instrument. Hoe hoger deze score, hoe groter de invloed van dit instrument op de determinanten. Uw interventie om het gedrag te beïnvloeden kan dan samengesteld worden uit een mix van bijvoorbeeld de vijf hoogst scorende instrumenten.

Eerst moet duidelijk zijn welk gedrag u wilt veranderen en bij welke doelgroep. Stel dat eerst vast door de volgende zin aan te vullen en respectievelijk 'de doelgroep' en 'het gewenste gedrag' zo specifiek en concreet mogelijk te benoemen en in de tekstvakjes in te vullen. Formuleer het gewenste gedrag positief! Dus: "het besparen van energie" in plaats van "minder energie verbruiken..."

Vul eerst de doelgroep in:

(bijv. huishoudens of consumenten)

Vul dan het gedrag in:

(bijv. het kopen van zonnepanelen of het aanvragen van subsidie)



Beginnen met de Vragenlijst

U heeft ingevuld :

"De doelgroep .................... moet gedrag vertonen dat bestaat uit ...................."

Als bovenstaande zin klopt kunt u beginnen.
Het is van belang dat u alle vragen beantwoordt. Het invullen van de instrumentplanner neemt ongeveer 10 minuten in beslag.

Terug<<Start de vragenlijst...

Doelgroep


1. Awareness, weet hebben van het gewenste gedrag


Heeft de doelgroep (de doelgroep) wel eens gehoord van (het gewenste gedrag)?

De doelgroep (de doelgroep) is volledig op de hoogte. Bewustzijn
De doelgroep (de doelgroep) is niet heel goed geïnformeerd.
De doelgroep (de doelgroep) is nauwelijks op de hoogte.
De doelgroep (de doelgroep) heeft geen weet van het gewenste gedrag.

Volgende vraag...


2. Kennis, de benodigde kennis om het gewenste gedrag te kunnen vertonen

Beschikt de doelgroep (de doelgroep) over de nodige kennis om (het gewenste gedrag) te vertonen?

De doelgroep (de doelgroep) heeft alle benodigde kennis.
Kennis
De doelgroep (de doelgroep) heeft een groot deel van de benodigde kennis.
De doelgroep (de doelgroep) heeft een gering deel van de benodigde kennis.
De doelgroep (de doelgroep) heeft de benodigde kennis niet.

Volgende vraag...


3. Sociale invloed met betrekking tot het gewenste gedrag

Is de doelgroep (de doelgroep) gevoelig voor geldende sociale (maatschappelijke) normen of voor hoe anderen tegen (het gewenste gedrag) aankijken?

De doelgroep (de doelgroep) is duidelijk gevoelig voor sociale normen of de mening van anderen met betrekking tot (het gewenste gedrag). Sociale norm
De doelgroep (de doelgroep) heeft een beperkte gevoeligheid voor sociale normen of de mening van anderen met betrekking tot (het gewenste gedrag).
De doelgroep (de doelgroep) is niet gevoelig voor sociale normen of de mening van anderen ten aanzien van (het gewenste gedrag).

Volgende vraag...


4. Attitude, houding ten aanzien van het gewenste gedrag

In hoeverre weegt de doelgroep de voor- en nadelen van het gewenste gedrag af?

De doelgroep (de doelgroep) is niet op de hoogte van de voor- en nadelen van het gewenste gedrag. attitude
De doelgroep (de doelgroep) is deels op de hoogte van de voor- en nadelen van het gewenste gedrag en weegt deze tegen elkaar af voor wat betreft bijvoorbeeld praktische consequenties als...
De doelgroep (de doelgroep) is geheel op de hoogte van de voor- en nadelen van het gewenste gedrag.

Volgende vraag...


5. Ingeschatte bekwaamheid, de mate waarin de doelgroep zichzelf in staat acht het gedrag te vertonen

Denkt de doelgroep (de doelgroep) in staat te zijn om (het gewenste gedrag) uit te voeren?

De doelgroep (de doelgroep) acht zichzelf zeer goed in staat het gewenste gedrag uit te voeren. Zelfredzaamheid
De doelgroep (de doelgroep) acht zichzelf in staat het gewenste gedrag uit te voeren.
De doelgroep (de doelgroep) acht zichzelf nauwelijks in staat het gewenste gedrag uit te voeren.
Nee, de doelgroep (de doelgroep) acht zichzelf niet in staat het gewenste gedrag uit te voeren.

Volgende vraag...


6. Financiële hulpmiddelen, de mate waarin deze de doelgroep stimuleren om het gedrag uit te voeren.

Is de doelgroep gevoelig voor externe financiering ten behoeve van (het gewenste gedrag)?

De doelgroep wordt niet gestimuleerd door externe financiering om het gewenste gedrag uit te voeren. financien
De doelgroep wordt nauwelijks gestimuleerd door externe financiering om het gewenste gedrag uit te voeren.
De doelgroep wordt gestimuleerd door externe financiering om het gewenste gedrag uit te voeren.
De doelgroep wordt zeer gestimuleerd door externe financiering om het gewenste gedrag uit te voeren.

Volgende vraag...


7. Technische hulpmiddelen, de mate waarin technische hulpmiddelen de doelgroep stimuleren om het gedrag uit te voeren.

Is de doelgroep (de doelgroep) gevoelig voor technische hulpmiddelen ten behoeve van de uitvoering van (het gewenste gedrag)?

De doelgroep wordt niet gestimuleerd door technische hulpmiddelen om het gewenste gedrag uit te voeren. Technische hulpmiddelen
De doelgroep wordt nauwelijks gestimuleerd door technische hulpmiddelen om het gewenste gedrag uit te voeren.
De doelgroep wordt gestimuleerd door technische hulpmiddelen om het gewenste gedrag uit te voeren.
De doelgroep wordt zeer gestimuleerd door technische hulpmiddelen om het gewenste gedrag uit te voeren.

Volgende vraag...


8. Organisatorische hulp, de mate waarin organisatorische hulp de doelgroep stimuleert om het gedrag uit te voeren

Is de doelgroep (de doelgroep) gevoelig voor organisatorische hulp of advies met betrekking tot (het gewenste gedrag)?

Organisatorische hulp stimuleert de doelgroep niet om het gewenste gedrag uit te voeren. Organisatorisch
Organisatorische hulp stimuleert de doelgroep nauwelijks om het gewenste gedrag uit te voeren.
Organisatorische hulp stimuleert de doelgroep om het gewenste gedrag uit te voeren.
Organisatorische hulp stimuleert de doelgroep in hoge mate om het gewenste gedrag uit te voeren.

Volgende vraag ...


9. Nieuwe vaardigheden, de mate waarin nieuwe vaardigheden vereist zijn om het gewenste gedrag te kunnen vertonen

Zijn nieuwe vaardigheden vereist voor (het gewenste gedrag)?

De doelgroep (de doelgroep) beschikt over geen van de benodigde vaardigheden die nodig zijn om het gewenste gedrag uit te voeren.
Vaardigheden
De doelgroep (de doelgroep) beschikt over enkele vaardigheden die nodig zijn om het gewenste gedrag uit te voeren.
De doelgroep (de doelgroep) beschikt over de meeste van de vaardigheden die nodig zijn om het gewenste gedrag uit te voeren.
De doelgroep beschikt over alle benodigde vaardigheden om het gewenste gedrag uit te kunnen voeren.

Volgende vraag ...


10. Invloed van doelgroepleden onderling, de mate waarin doelgroepleden invloed uitoefenen op elkaar

Wordt er door de doelgroepleden onderling invloed uitgeoefend?

Doelgroepleden oefenen geen invloed op elkaar uit. anderen
Doelgroepleden hebben soms invloed op elkaar uit.
Doelgroepleden oefenen regelmatig invloed op elkaar uit.
Doelgroepleden oefenen vaak invloed op elkaar uit.

Volgende vraag ...


11. Invloed van experts, oefenen experts op het gebied van het gedrag invloed uit op de doelgroep.

Wordt er door experts invloed uitgeoefend op de doelgroep (de doelgroep) bij het uitvoeren van (het gewenste gedrag)?

Er is geen invloed van experts. Experts
Er is nauwelijks invloed van experts.
Er is invloed van experts.
Er is veel invloed van experts.


12. Invloed van autoriteiten, oefenen autoriteiten (zoals de overheid) invloed op de doelgroep bij het uitvoeren van het gedrag

Wordt er door autoriteiten invloed uitgeoefend op de doelgroep (de doelgroep) bij het uitvoeren van (het gewenste gedrag).

Er wordt geen invloed uitgeoefend door autoriteiten. autoriteiten
Er is nauwelijks invloed door autoriteiten.
Er is invloed van autoriteiten.
Er is veel invloed van autoriteiten.

Als u alle vragen heeft beantwoord kunt u op onderstaande knop klikken voor de resultaten.

 

Scores op de verschillende determinanten:

Awareness     Technische hulpmiddelen  
Kennis     Organisatorische hulpmiddelen  
Sociale norm     Nieuwe vaardigheden  
Attitude     Invloed van anderen  
Ingeschatte bekwaamheid     Invloed van experts  
Financiële hulpmiddelen     Invloed van autoriteiten  

Om het gewenste gedrag [het gewenste gedrag] bij de doelgroep [de doelgroep] te beïnvloeden adviseren wij u een instrumentenmix samen te stellen van de hoogst scorende instrumenten. Let op: de scores moeten niet worden gezien als absolute waarden! Ze geven de relatieve waarde van de instrumenten weer. Tot slot: dit advies is geen blauwdruk en geeft geen garantie voor succes. Gebruik uw gezond verstand en vertrouw op uw eigen kennis en ervaring.

Einduitslag